Embryologie vanuit het perspectief van de Chinese Geneeskunde

Voor- en na-hemelse Jing
Nier Jing is de diepste essentie (basisvloeistof) in het lichaam en wordt samengesteld uit het voor-hemelse Jing en het na-hemelse Jing.
Het voor-hemelse Jing ontstaat tijdens de conceptie en wordt onttrokken uit de NierJing van de moeder (eicel) en de vader (sperma). De kwaliteit van het Jing van de ouders is bepalend voor de kwaliteit van de Jing die doorgegeven wordt aan het toekomstig kind. Dit Jing voedt het embryo en de foetus tijdens de zwangerschap, ondersteund door de voeding door de nierJing van de moeder. De kwaliteit van het voor-hemelse Jing bepaalt de basisconstitutie, weerbaarheid en vitaliteit van ieder individu en wordt dus van generatie op generatie doorgegeven. In Westerse termen is het te vergelijken met het DNA.
Het voor-hemelse Jing neemt gedurende ons leven af, maar kan tijdens het leven aangevuld worden met na hemelse Jing.
Het na-hemelse Jing is Jing dat na de geboorte wordt opgebouwd uit goede voeding, voldoende rust, gezonde zuurstof, en een gezond leefmilieu. Wanneer iemand dus ongezond eet, rookt, veel stress heeft, in een gebied woont met vervuiling etc., wordt weinig gezonde na-hemelse Jing opgebouwd en onttrekt het lichaam rechtstreeks van de voor-hemelse Jing.
Vooral in periodes van groei, ziekte, zwangerschap etc. wordt veel extra Jing gebruikt. Het lichaam moet dan meer (ver)werken om de veranderingen op te vangen en gezond te blijven.
Hoe beter het voor-hemelse Jing wordt aangevuld met na-hemels Jing, hoe langer men in gezondheid leeft. Wanneer het Jing tenslotte op is ga je dood. Dit principe is de grondlegger voor het Taoisme, QiGong, en meditatie.

Het voor-hemelse impliceert het verleden, de (voor)ouders en is de basis van de constitutie van het pasgeboren kind. Het is een circulair perspectief zonder volgorde en alles tegelijkertijd plaats vind.
Het na-hemelse impliceert het heden en de (gevolgen naar) toekomst. Het is een lineair perspectief van A naar B en is de wereld van vorm, bewustzijn en oorzaak en gevolg.
Een ziel komt vanuit het voor-hemelse in een foetus om een lineaire werkelijkheid te kunnen beleven.
Het embryo hangt tijdens de zwangerschap tussen het voor- en het na-hemelse. Dit is een tijds- en vormloos perspectief vanuit het gezichtspunt van de embryo. Er is nog geen lineair bewustzijn zoals de ouders de zwangerschap per maand volgen. Een miskraam “ervaart” een embryo dus ook niet als de dood vanuit het lineaire perspectief, hooguit een eerder terugdrijven naar het voor-hemelse waar het nog mee in verbinding was.

Als een baby net geboren is beseft het nog geen tijd en vorm, de hersenen zijn nog niet uitontwikkeld en de blik kan nog niet gericht worden. Langzaam openen zich de zintuigen en daarmee het bewustzijn in het na-hemelse, lineaire bewustzijn. Je zou ook kunnen zeggen dat de illusie van het na-hemelse steeds concreter vormt krijgt en daarmee creëren we a.h.w. allemaal onze eigen wereld.

De herinnering aan het voor-hemelse raakt steeds meer naar de achtergrond tot die geheel vergeten is. We leven ons leven tot de Jing is uitgeput en als we sterven gaan we weer terug naar het voor-hemelse.